Sneller worden met hardlopen: zo pak je het aan
Sneller worden met hardlopen doe je door regelmatig rustig te lopen en daar, zodra je een basis hebt, af en toe een snellere training aan toe te voegen. Geef je lichaam tussendoor tijd om te herstellen. Elke training zo hard mogelijk lopen werkt meestal averechts: je wordt vermoeider en de kans op overbelasting neemt toe.
Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Kies een afstand waarop je sneller wilt worden en bouw je trainingen stap voor stap op.
Sneller worden met hardlopen begint met een rustige basis
Rustige lopen helpen je om je conditie op te bouwen en aan de belasting van hardlopen te wennen. Je loopt op een tempo waarop je nog in volledige zinnen kunt praten. Moet je steeds naar adem happen, dan is het tempo voor een rustige training waarschijnlijk te hoog.
Dat rustige tempo voelt misschien niet als een manier om sneller te worden. Toch helpt het je om regelmatig te trainen zonder dat elke loop veel herstel vraagt. Daardoor houd je ruimte over voor een training waarbij je wel bewust het tempo verhoogt.
Loop je nu bijna altijd op hetzelfde stevige tempo? Maak dan eerst een deel van je trainingen duidelijk rustiger. Een horloge is daarvoor niet nodig: je ademhaling en de mogelijkheid om te praten zijn bruikbare hulpmiddelen.
Voeg geleidelijk snellere stukken toe
Als je regelmatig loopt en goed herstelt, kun je snelle en rustige stukken afwisselen. Loop eerst rustig warm. Versnel daarna bijvoorbeeld een paar keer ongeveer een minuut en dribbel of wandel tussendoor tot je ademhaling weer rustiger is. Sluit af met rustig lopen.
De snelle stukken hoeven geen sprint te zijn. Kies een tempo dat stevig voelt, maar waarbij je de laatste herhaling nog beheerst kunt lopen. Begin met een beperkt aantal herhalingen en breid pas uit als de training goed gaat.
Een andere mogelijkheid is om na een rustige loop vier à vijf korte versnellingen te doen. Versnel geleidelijk, loop ontspannen en neem steeds genoeg herstel voordat je opnieuw versnelt. Dit is een laagdrempelige manier om aan een hoger tempo te wennen, maar ook deze versnellingen vragen iets van je spieren en pezen.
Train voor de afstand waarop je sneller wilt lopen
Wil je sneller worden op een afstand die je al comfortabel kunt lopen? Dan kun je rustige trainingen combineren met af en toe snellere stukken. Zo werk je zowel aan je uithoudingsvermogen als aan het tempo dat je wilt verbeteren.
Wil je ook veel verder gaan lopen dan je gewend bent, geef je lichaam dan eerst tijd om aan de langere duur te wennen. Verhoog niet tegelijk de afstand én de zwaarte van je trainingen. Daarmee maak je het lastig om te herkennen welke verandering te veel was als je klachten krijgt.
Oefen af en toe met een tempo dat past bij je doel. Wil je bijvoorbeeld een vaste afstand sneller afleggen, loop dan een deel van een training op een tempo dat uitdagend is, maar dat je niet uitput. Je leert zo beter aanvoelen welk tempo je kunt volhouden.
Sterkere benen kunnen je snelheid ondersteunen
Krachttraining kan je helpen om efficiënter te lopen. Oefeningen zoals een squat, een uitvalspas of een deadlift trainen spieren die je bij het hardlopen gebruikt. Begin met een gewicht en een uitvoering die je goed onder controle hebt.
Een of twee krachtsessies per week zijn een mogelijke aanvulling. Zorg dat zware oefeningen niet steeds vlak voor een intensieve loop vallen als je merkt dat je benen dan nog vermoeid zijn. Krachttraining vervangt je looptraining niet: om sneller te lopen, moet je ook blijven hardlopen.
Meet je vooruitgang zonder elke training te testen
Kies een vaste afstand of route en loop die af en toe onder vergelijkbare omstandigheden. Noteer je tijd en hoe zwaar de inspanning voelde. Je kunt vooruitgang ook merken als je hetzelfde tempo makkelijker volhoudt, zelfs wanneer je tijd nog niet veel verandert.
Vergelijk trainingen niet te streng als de omstandigheden verschillen. Wind, warmte, een heuvelachtige route en vermoeidheid kunnen je tempo beïnvloeden. Eén langzamere training betekent daarom niet meteen dat je conditie achteruitgaat.
Blijft je snelheid langere tijd gelijk en voel je je vaak moe? Dan kan extra hard trainen juist de verkeerde stap zijn. Maak je trainingen tijdelijk lichter en kijk of je daarna weer fris aan een snellere sessie begint.
Veelgestelde vragen over sneller hardlopen
Hoe snel merk je dat je sneller wordt?
Dat verschilt per persoon. Je ervaring, herstel en de regelmaat van je trainingen spelen mee. Soms voelt een vertrouwd tempo eerst makkelijker voordat je op dezelfde afstand een betere tijd loopt.
Moet je buiten adem raken om sneller te worden?
Nee. Snellere stukken mogen zwaar voelen, maar niet elke training hoeft uitputtend te zijn. Juist rustige lopen geven je ruimte om regelmatig te trainen en te herstellen.
Wat doe je als sneller lopen pijn geeft?
Stop met de snelle stukken als je tijdens het lopen pijn krijgt of anders gaat bewegen door een klacht. Komt de pijn terug of houdt die aan, laat er dan een fysiotherapeut of arts naar kijken voordat je de belasting weer verhoogt.
Begin met een rustige basis en voeg daarna een enkele snellere prikkel toe. Als je merkt dat je daarvan goed herstelt, kun je die training geleidelijk uitbreiden en je voortgang op dezelfde afstand volgen.
Drinken tijdens hardlopen: zo stem je het af op je training
Mindful hardlopen: zo loop je met meer aandacht
Voorzetlenzen: wanneer ooglaseren geen optie is