Je eindtijd berekenen bij hardlopen: zo doe je dat
Je eindtijd berekenen bij hardlopen doe je door de afstand te vermenigvuldigen met je verwachte tempo per kilometer. Loop je bijvoorbeeld 10 kilometer in een constant tempo van 5 minuten en 30 seconden per kilometer, dan is je eindtijd 55 minuten. Ken je alleen je snelheid in kilometer per uur? Deel dan de afstand door je snelheid.
De uitkomst is een schatting. Je werkelijke eindtijd kan afwijken als je tempo tijdens het lopen verandert of als je onderweg pauzeert.
Je eindtijd berekenen bij hardlopen met je tempo
Gebruik deze formule als je weet hoeveel minuten je gemiddeld over een kilometer verwacht te doen:
Eindtijd = afstand in kilometer × tempo in minuten per kilometer
Stel dat je 10 kilometer wilt lopen met een tempo van 5 minuten en 30 seconden per kilometer. Dat reken je zo uit:
- 5 minuten en 30 seconden is 5,5 minuut.
- 10 kilometer × 5,5 minuut = 55 minuten.
- Je verwachte eindtijd is 55:00.
Reken seconden eerst om naar een deel van een minuut. Zo is 15 seconden een kwart minuut en 30 seconden een halve minuut. Je kunt ook alles eerst naar seconden omrekenen en de uitkomst daarna terugzetten naar minuten.
De eindtijd berekenen met je snelheid
Staat je snelheid in kilometer per uur, gebruik dan deze formule:
Eindtijd in uren = afstand in kilometer ÷ snelheid in kilometer per uur
Loop je 10 kilometer met een snelheid van 12 kilometer per uur, dan deel je 10 door 12. De uitkomst is ongeveer 0,83 uur. Vermenigvuldig je dat met 60, dan kom je uit op een eindtijd van ongeveer 50 minuten.
Deze berekening gaat uit van een gelijkblijvende snelheid. Een snelle start en een langzamer einde kunnen samen ook op die gemiddelde snelheid uitkomen.
Een wedstrijdtijd voorspellen met de Riegel-formule
Wil je een eindtijd schatten voor een afstand die je nog niet hebt gelopen? Dan kun je een recente wedstrijdtijd gebruiken. De Riegel-formule houdt er rekening mee dat je op een langere afstand meestal een lager gemiddeld tempo loopt:
Voorspelde tijd = bekende tijd × (nieuwe afstand ÷ bekende afstand)1,06
De afstanden moeten in dezelfde eenheid staan, bijvoorbeeld allebei in kilometers. De voorspelde tijd komt uit in dezelfde eenheid als je bekende tijd.
Een voorbeeld: je liep 10 kilometer in 50 minuten en wilt je marathontijd schatten. De verhouding tussen 42,195 en 10 kilometer is 4,2195. Met de formule kom je uit op ongeveer 3 uur en 50 minuten.
Dit is geen garantie dat je die tijd haalt. Vooral een marathon voorspellen vanuit een veel kortere wedstrijd kan een te optimistische uitkomst geven. Je voorbereiding op de langere afstand speelt ook mee.
Maak je voorspelling bruikbaarder
Neem bij voorkeur een recente prestatie als uitgangspunt. Een oude wedstrijdtijd zegt minder over je huidige vorm. Wind, warmte en hoogteverschillen kunnen je eindtijd ook beïnvloeden, net als vermoeidheid op de dag zelf.
Let bij een wedstrijd op het verschil tussen je nettotijd, vanaf het moment dat je de startlijn passeert, en je brutotijd vanaf het startschot. Loop je een training met pauzes, dan kan de totale verstreken tijd langer zijn dan je berekende looptijd.
Gebruik je berekende eindtijd als richtpunt en kies een tempo dat past bij de afstand. Zo krijg je een verwachting die meer zegt dan een tijd die alleen op papier haalbaar is.
Drinken tijdens hardlopen: zo stem je het af op je training
Mindful hardlopen: zo loop je met meer aandacht
Voorzetlenzen: wanneer ooglaseren geen optie is