Dribbelen bij hardlopen: zo gebruik je een rustig tempo
Dribbelen bij hardlopen is lopen op een heel rustig tempo, met korte, ontspannen passen. Je gebruikt het bijvoorbeeld om tussen snellere stukken op adem te komen of om geleidelijk rustig te beginnen en te eindigen. Het tempo is persoonlijk: je moet het gevoel hebben dat je makkelijk kunt blijven bewegen.
Hoe voelt dribbelen tijdens het hardlopen?
Bij dribbelen loop je duidelijk langzamer dan tijdens een vlot stuk. Je ademhaling blijft rustig genoeg om te praten. Je hoeft niet naar een bepaalde snelheid op je horloge te kijken: het gaat erom dat de inspanning licht voelt.
Houd je passen klein en laat je armen ontspannen meebewegen. Je voeten hoeven niet hoog van de grond te komen. Probeer niet bewust op je tenen te lopen of een stijve, snelle pas te maken. Een rustige, natuurlijke beweging is het doel.
Soms wordt het woord dribbelen ook gebruikt voor een loopoefening met kleine, snelle pasjes. Dat is iets anders dan rustig dribbelen om op adem te komen. Bij die rustige vorm is er geen vast aantal passen dat je moet halen.
Wanneer kun je rustig dribbelen?
Dribbelen past op verschillende momenten in een looptraining:
- Aan het begin: start rustig en laat je tempo geleidelijk toenemen als je lichaam daar klaar voor voelt.
- Tussen snelle stukken: blijf ontspannen bewegen terwijl je ademhaling weer rustiger wordt. Een voorbeeld is ongeveer 200 meter dribbelen na een vlot stuk.
- Na afloop: verlaag je tempo geleidelijk en ga daarna eventueel over op wandelen.
- Als onderbreking: voelt je normale tempo even te zwaar, dan kun je een stuk dribbelen voordat je verder loopt.
De duur hangt af van je training en hoe je je voelt. In plaats van afstand kun je ook tijd gebruiken, bijvoorbeeld ongeveer 90 seconden rustig dribbelen. Je hoeft tijdens zo’n pauze geen afstand of snelheid na te jagen.
Dribbelen of wandelen tijdens een pauze?
Dribbelen is handig als je rustig in beweging wilt blijven en daarna weer makkelijker wilt versnellen. Het vraagt wel meer inspanning dan wandelen. Merk je dat je ademhaling niet voldoende tot rust komt, dan is wandelen een goede keuze.
Dat geldt ook als je zo langzaam dribbelt dat je houding gespannen wordt of je gaat schuifelen. Wandelen is geen mislukte pauze: het kan je helpen om het volgende stuk weer gecontroleerd te lopen. Heb je pijn die tijdens het lopen toeneemt of je beweging verandert, stop dan met hardlopen. Blijven de klachten aanhouden, vraag dan advies aan een arts of fysiotherapeut.
Gebruik dribbelen vooral als een ontspannen tussentempo. Kun je na een snel stuk weer rustig praten en voelen je passen soepel, dan is het tempo meestal laag genoeg voor een actieve pauze.
Drinken tijdens hardlopen: zo stem je het af op je training
Mindful hardlopen: zo loop je met meer aandacht
Voorzetlenzen: wanneer ooglaseren geen optie is