Zware buikspieroefeningen voor wie meer uitdaging zoekt
Zware buikspieroefeningen zijn bijvoorbeeld de ab rollout, hangende kniehef en hollow hold. Ze vragen veel controle: je buikspieren moeten je romp stabiel houden terwijl je armen of benen bewegen. Maak een oefening pas zwaarder als je de beweging rustig en zonder pijn kunt uitvoeren.
Vijf zware buikspieroefeningen
Voor deze oefeningen heb je niet allemaal dezelfde spullen nodig. Een ab wheel of een stevige optrekstang maakt sommige varianten mogelijk, maar de hollow hold en de lange plank kun je ook zonder materiaal doen.
- Ab rollout. Ga op je knieën zitten en houd een ab wheel onder je schouders. Span je buik aan en rol langzaam naar voren. Ga alleen zo ver als je kunt zonder je onderrug hol te trekken. Rol daarna terug. Begin met een kleine beweging en vergroot die zodra je controle houdt.
- Hangende kniehef. Hang aan een stevige optrekstang en houd je schouders actief. Breng je knieën richting je borst en kantel aan het einde je bekken iets omhoog. Laat je benen rustig zakken zonder te zwaaien. Voor een zwaardere variant houd je je benen meer gestrekt.
- Hollow hold. Ga op je rug liggen en span je buik aan. Til je schouders en voeten iets van de grond, terwijl je onderrug contact houdt met de vloer. Strek je armen langs je oren als dat lukt. Wordt je rug hol? Buig dan je knieën of breng je armen naar voren.
- Omgekeerde crunch. Ga op je rug liggen met gebogen knieën boven je heupen. Trek je knieën naar je borst en til je bekken rustig een stukje van de vloer. Laat langzaam terugzakken. Maak de oefening zwaarder door je benen verder te strekken, maar gebruik geen zwaai om omhoog te komen.
- Lange plank. Steun op je onderarmen en tenen, met je ellebogen iets verder voor je schouders dan bij een gewone plank. Span je buik en billen aan en houd je lichaam recht. Hoe verder je ellebogen naar voren staan, hoe zwaarder het wordt. Blijf rustig doorademen.
Zo maak je zware buikspieroefeningen echt uitdagend
Meer herhalingen zijn niet de enige manier om een oefening moeilijker te maken. Bij een rollout kun je bijvoorbeeld iets verder naar voren rollen. Bij de hangende kniehef kun je je benen langzamer laten zakken. Verander steeds één onderdeel, zodat je merkt of je de nieuwe variant beheerst.
De zwaarste versie is niet automatisch de beste. Als je bij een oefening vooral zwaait, je adem inhoudt of je onderrug hol trekt, neemt de controle af. Kies dan een kortere beweging of een lichtere variant. Je buikspieren blijven werken, terwijl je de oefening netter uitvoert.
Hoeveel doe je per oefening?
Gebruik als richtlijn ongeveer twee tot drie sets per gekozen oefening. Bij bewegingen kun je beginnen met ongeveer zes tot twaalf rustige herhalingen. Bij een houding zoals de hollow hold kun je die bijvoorbeeld tien tot dertig seconden vasthouden. Stop eerder als je de houding niet meer goed kunt bewaren.
Rust tussen de sets tot je de volgende set weer beheerst kunt uitvoeren. Kies liever een paar oefeningen die je goed doet dan alle zware varianten achter elkaar. Bij scherpe pijn of pijn die aanhoudt, stop je en vraag je advies aan een arts of fysiotherapeut.
Begin bijvoorbeeld met een korte ab rollout en een hollow hold met gebogen knieën. Zodra beide gecontroleerd gaan, kun je verder uitrollen of je benen verder strekken.
Drinken tijdens hardlopen: zo stem je het af op je training
Mindful hardlopen: zo loop je met meer aandacht
Voorzetlenzen: wanneer ooglaseren geen optie is