Angststoornis: wat er in je hoofd gebeurt en wat je eraan kunt doen

Een angststoornis is meer dan af en toe ergens bang voor zijn. Het gaat om aanhoudende, intense angst die je dagelijks leven beïnvloedt. Je maakt je zorgen over van alles, ook als er geen echte reden voor is. Dat piekergevoel gaat niet vanzelf weg. Miljoenen mensen wereldwijd leven hiermee, maar veel van hen weten niet dat er een naam voor is of dat er hulp beschikbaar is.

Wanneer angst meer is dan een normaal gevoel

Angst is een normaal onderdeel van het leven. Het waarschuwt je voor gevaar en helpt je om te reageren als dat nodig is. Bij een angststoornis werkt dat systeem anders. De angst is er bijna altijd, ook zonder dat er iets dreigends is. Je lichaam reageert alsof er gevaar is, terwijl de situatie eigenlijk veilig is. Dat kan lichamelijke klachten geven zoals een snelle hartslag, transpireren, spierspanning of slaapproblemen. Soms is de angst gericht op één specifiek ding, zoals sociale situaties of open plekken. In andere gevallen is de bezorgdheid veel breder en richt ze zich op gezondheid, geld, werk of de veiligheid van naasten.

Verschillende vormen van angstklachten

Er zijn meerdere soorten angstklachten die onder de noemer van een angststoornis vallen. De meest bekende is de gegeneraliseerde angststoornis, ook wel de piekerstoornis genoemd. Daarbij piekert iemand overmatig over dagelijkse dingen, zonder dat daar een directe aanleiding voor is. Een andere vorm is de paniekstoornis, waarbij iemand plotselinge, heftige angstaanvallen ervaart. Die aanvallen voelen vaak zo intens aan dat mensen denken dat er iets medisch ernstig mis is. Sociale angst is ook een veelvoorkomende vorm, waarbij iemand bang is om door anderen negatief beoordeeld te worden. Dat kan zo ver gaan dat iemand sociale situaties volledig gaat vermijden. Fobieën, zoals vliegangst of spinnenfobiie, zijn ook een type angststoornis, maar zijn dan meer gericht op één specifiek object of situatie.

Wat er in je hersenen gebeurt bij aanhoudende angst

Onderzoek laat zien dat angststoornissen te maken hebben met de manier waarop de hersenen signalen verwerken. Een klein gebied in de hersenen, de amygdala, speelt daarin een grote rol. Dit gebied reageert op mogelijke dreigingen. Bij iemand met een angststoornis is die reactie vaak sterker en sneller dan bij andere mensen. Het zenuwstelsel raakt daardoor sneller in een staat van verhoogde waakzaamheid. Tegelijkertijd heeft de aanmaak van bepaalde stoffen in de hersenen, zoals serotonine, invloed op hoe iemand zich voelt. Dat maakt duidelijk dat het niet gaat om zwakte of karaktergebrek, maar om een echte aandoening die biologische wortels heeft.

Behandeling en omgaan met intense angstgevoelens

Gelukkig zijn angststoornissen goed te behandelen. De meest gebruikte behandeling is cognitieve gedragstherapie, waarbij je leert om negatieve gedachten te herkennen en anders te bekijken. Je oefent stap voor stap met situaties die je normaal gesproken zou vermijden. Dat helpt om het vluchtgedrag te doorbreken dat angst vaak versterkt. In sommige gevallen schrijft een arts ook medicatie voor, zoals antidepressiva die invloed hebben op de aanmaak van serotonine. Naast professionele hulp zijn er ook dingen die je zelf kunt doen. Regelmatig bewegen, voldoende slapen en bewust ontspannen kunnen de klachten verlichten. Ademhalingsoefeningen helpen om een opkomende aanval tot rust te brengen. Het is niet altijd makkelijk om de eerste stap te zetten naar hulp, maar eerder hulp zoeken leidt ook tot eerder herstel.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of mijn angst een stoornis is of gewone spanning?
Gewone spanning verdwijnt meestal als de stressvolle situatie voorbij is. Bij een angststoornis blijft de angst aanwezig, ook als er geen directe aanleiding is. De klachten houden langer dan zes maanden aan en belemmeren je in je dagelijks functioneren, zoals werk, school of sociale contacten. Als dat bij jou het geval is, is het verstandig om dit te bespreken met een huisarts.

Kan een angststoornis vanzelf overgaan?
Een angststoornis gaat zelden vanzelf over zonder enige vorm van aanpak. Soms verminderen klachten tijdelijk, maar ze keren vaak terug als de onderliggende oorzaak niet wordt aangepakt. Met de juiste behandeling kunnen de klachten sterk verminderen of volledig verdwijnen. Hoe eerder iemand hulp zoekt, hoe groter de kans op herstel.

Kunnen kinderen ook een angststoornis hebben?
Ja, angststoornissen komen ook voor bij kinderen en jongeren. Ze uiten zich soms anders dan bij volwassenen. Kinderen kunnen last hebben van buikpijn, nachtmerries of weigeren naar school te gaan. Scheidingsangst en sociale angst zijn veelvoorkomende vormen op jonge leeftijd. Een kinderpsycholoog of jeugdpsychiater kan helpen om de juiste aanpak te vinden.

Is een angststoornis erfelijk?
Er is een genetische component bij angststoornissen. Als iemand in je directe familie last heeft van ernstige angstklachten, is de kans iets groter dat jij dat ook ontwikkelt. Erfelijkheid is niet de enige factor. Ervaringen, opvoeding en levenssituatie spelen ook een grote rol. Het hebben van een genetische aanleg betekent dus niet dat je automatisch een angststoornis krijgt.